Musicaltermen

Overzicht van musicaltermen en andere theatertermen die regelmatig terug kunnen komen in de recensie of andere artikelen van deze site.

Overzicht musicaltermen

Akte: ook wel bedrijf genoemd, een deel van een theatervoorstelling. In musicals zijn er vaak twee aktes, de eerste akte voor de pauze en de tweede akte na de pauze.

Alternate: er is vaak een alternate als er een hoofdrol gedeeld wordt. Een (grote) rol wordt door één of meerder acteurs/actrices gespeeld en er is van te voren gepland wie welke voorstelling speelt. Voorbeelden: Pia Douwes en Simone Kleinsma die de rol van Norma Desmond deelden of Jim Bakkum en Tommie Christiaan die de rol van Emilio Estefan deelden.

Articuleren: het zorgvuldig en duidelijk uitspreken van tekst. In musicals moeten de dialogen en liedteksten duidelijk gearticuleerd worden, zodat ze overal in de zaal goed te verstaan zijn.

Artiesteningang: aparte ingang van het theater speciaal voor de optredende artiesten en hun crew. Vaak ook de uitgang waar fans na voorstellingen wachten voor handtekeningen van artiesten.

Auditie: een sollicitatie voor een rol in een musical. Als er audities gehouden worden, dan laten meerdere acteurs/actrices hun kunsten zien en beslist een commissie (vaak bestaande uit onder meer de regisseur en producten) of de persoon in kwestie geschikt is voor de rol.

Attribuut (rekwisiet): voorwerp dat gebruikt wordt in een musical.

Backstage: dit is achter de schermen van een toneelstuk waar het publiek niet mag komen en waar de medewerkers zorgen dat de musical goed verloopt. Soms zijn er backstagetours in een theater en mag je een kijkje achter de schermen bij een musical of toneelstuk nemen.

Bedrijf: vaak gebruikt als ‘eerste bedrijf’ en ‘tweede bedrijf’, dit is hetzelfde als een akte en is dus een onderdeel van een musical. Vaak bestaat een musical uit twee bedrijven, één voor de pauze en één na de pauze.

Cast: verzamelnaam voor alle acteurs en actrices in een musical bij elkaar.

Choreografie: de dansbewegingen in een musical. Vaak is een choreografie de vormgeving van de dans in een musical. Soms hebben musicals geen dans, maar is er toch een choreografie. Een choreografie beschrijft niet alleen dans, maar ook andere bewegingen (bijvoorbeeld waar iemand moet staan) op het podium.

Choreograaf: de choreograaf heeft de choreografie bedacht.

Coulissen: dit zijn de zijkanten van het podium. Hier hangen vaak gordijnen, zodat de acteurs/actrices, die aan de zijkant wachten tot zij het podium op moeten, niet zichtbaar zijn. Iets dat zich achter de coulissen afspeelt, is dan ook niet zichtbaar voor het publiek.

Creatives: een musical heeft een cast, crew en creatives. Creatives hebben de musical gemaakt, voordat deze op de planken werd opgevoerd. Dit zijn onder andere de tekstschrijvers, vertalers en componisten.

Crew: naast een cast en creatives heeft elke musical ook een crew. De crew zijn alle mensen, behalve de acteurs en creatieve mensen, die ervoor zorgen dat de musical draait. Denk aan de mensen van licht en geluid en decoropbouwers.

Cue: een afgesproken teken (vaak gegeven door de regisseur) dat aangeeft dat iemand een afgesproken actie moet ondernemen.

Decor: de omgeving die op het podium gecreëerd is en waar de musical zich afspeelt. Zo worden er soms hele steden of huizen nagebouwd op het podium, tegenwoordig is er ook vaak digitaal decor.

Dernière: laatste voorstelling van een musical. Dit is vaak een emotioneel moment van de cast en crew, omdat ze een lange periode van spelen met elkaar afsluiten.

Dialoog: een gesprek tussen twee personages.

Dubbelrol: een acteur/actrices die meerdere rollen speelt in een musical.

Ensemble: het geheel van spelers die de musical ondersteund. Bij grote musical zijn er vaak acteurs/actrices die geen rol spelen maar lid van het ensemble zijn. Zij spelen verschillende naamloze rollen en nemen deel aan de grote groepsdansen.

Expressie: dit zijn de gezichtsuitdrukkingen van een acteur/actrice. Op het toneel is een grote expressie nodig, zodat de hele zaal kan zien welke emotie een bepaald personage heeft.

Figurant: is iemand zonder inhoudelijke rol en vaak een rol zonder tekst. Figuranten vullen het toneel vaak op, als er bijvoorbeeld een scene is op een drukke straat, dan lopen er allerlei passanten voorbij en dit zijn de figuranten.

Filmmusical: een musical die eerst op film is uitgebracht en eventueel later bewerkt is om op toneel op te voeren. Denk bijvoorbeeld aan La La Land. Vaak wordt deze term ook gebruikt voor musicalfilms: filmversies van musicals waar eerder al wel een toneelbewerking van was.

Generale repetitie: de laatste repetitie voor de eerste echte voorstelling voor publiek.

Grime: schmink of make-up die ervoor zorgt dat een acteur/actrice veranderd in zijn/haar personages.

Jukeboxmusical: musical met al bestaande (pop)liedjes. De liedjes uit een dergelijke musical zijn dus niet speciaal geschreven voor deze musical.

Monoloog: alleenspraak, een personage praat alleen aan één stuk door tegen zichzelf.

Ovatie: groot applaus aan het einde van een voorstelling, als teken van waardering door het publiek. In Nederland is het vaak gebruikelijk om een staande ovatie te geven: aan het einde gaat het publiek klappen en vaak staan.

Première: is de eerste officiële voorstelling voor publiek (meestal zijn er al try-outs geweest). Het is vaak een feestelijke voorstelling waarbij veel pers wordt uitgenodigd en waarbij allerlei vrienden en familie aanwezig zijn van de cast, crew en creatives.

Producent: persoon of organisatie die ervoor zorgt dat een musical tot stand komt. Een producent buigt zich vaak over de financiële en organisatie kant van een musical. Hier vind je een overzicht van alle Nederlandse musicalproducenten.

Regisseur: persoon die de creatieve supervisie van de musical uitvoert, een regisseur is de creatieve baas van een musical.

Reprise: wederopvoering van een musical. Als een musical succesvol was en er nog veel vraag is naar tickets, dan gaat de musical soms in reprise. Na een korte stop wordt de musical in dezelfde samenstelling weer opgevoerd.

Rockopera: is een dubieuze term en heet ook wel rockmusical. Het wordt ook wel ‘opera’ genoemd als er alleen maar zang is en er geen gesproken dialogen aanwezig zijn, zoals bij Jesus Christ Superstar. Tocht wordt bijvoorbeeld ook Rent een rockopera genoemd, terwijl Rent ook veel gesproken tekst heeft. Het komt erop neer dat het een musical is met rock of rockachtige muziek en niet de ‘standaard’ vrolijke of juist dramatische musicalmuziek, die vaak kenmerkend is voor musicals. Kortom, er is geen eenduidige definitie van dit begrip.

Script: uitgeschreven tekst en handelingen van een musical. Een script krijgt de cast om hun tekst uit het hoofd te leren.

Try-Out: een proefvoorstelling voor publiek. Try-outs worden opgevoerd vóór de première. In deze periode worden de puntjes op de i gezet van de musical. Vaak wordt er ook gekeken hoe het publiek op de musical reageert en naar aanleiding daarvan wordt er weleens wat veranderd.

Understudy: een understudy is een vervanger van een (hoofdrol)speler. In grote musicals hebben de hoofdrolspelers vaak understudies. Dit zijn acteurs/actrices die de rol overnemen als de originele speler ziek is. In tegenstelling tot een alternate is het dus niet gepland wanneer een understudy de rol overneemt.

  1. Vragen? Tips? Samenwerken? Adverteren? Mail naar: redactie@missmusical.nl
  2. Over Missmusical.nl
  3. Musicals 2018/2019
  4. Privacyverklaring
  5. Disclaimer